Zes maanden in Côte d’Ivoire

Soms krijg je van die kansen in je leven die je niet mag laten liggen. Dit is er zo één. Elk jaar kunnen 40 werknemers van GlaxoSmithKline, het bedrijf waar ik werk, gedurende 6 maanden vrijwilligerswerk doen bij een caritatieve organisatie over de hele wereld. Ik was één van de gelukkigen, en kreeg de kans in Ivoorkust te gaan werken. Bij Save the Children, een internationale NGO die al bijna 100 jaar strijdt voor betere levensomstandigheden voor kinderen (op het vlak van onderwijs, bescherming, gezondheid en kinderrechten).

Even situeren. Ivoorkust is een tropisch land in het westen van Afrika, zo’n 11x groter dan België. Er zijn 21 miljoen inwoners, die vooral in het zuiden en centrale deel wonen. De meeste mensen spreken ivoriaans frans, maar ook minstens 1 andere lokale taal, zoals yacuba, baoulé, malinké of mossi. Er zijn immers zo’n 60 verschillende stammen in Ivoorkust. De temperatuur varieert tussen 30 en 35°C overdag, en 22°C ‘s nachts, met een groot regenseizoen tussen mei en juli, en een klein tussen september en november. Het land heeft een turbulente recente geschiedenis, met een gewelddadig conflict dat zorgde voor een tweedeling (N vs Z) tussen 2002 en 2011. In 2011 vielen er na verkiezingsbetwistingen tussen de vorige president Gbagbo en de huidige, Ouattara, 3000 doden. Die achtergrond zorgt nog altijd voor grote spanningen in het land, onveiligheid door de vele wapens die circuleren, en veel schade aan de wegen en gebouwen.

Wat meer over het leven hier. Ik woon in Gbèpleu, een dorp dicht bij Man. Man is een stad van 160000 inwoners, 600 km ten westen van Abidjan, de economische hoofdstad. Stel je vooral geen europese stad voor. Er zijn maar 2 verharde straten, de rest bestaat uit rode aarde. Het is een wirwar van winkeltjes, verkopers, aftandse taxi’s, fietsers, mensen met handkarren, busjes en veel lawaai. Ik ben meestal de enige blanke op straat. Het eten hier is erg pikant. Het bestaat uit rijst, attiéké (bewerke maniok, een wortel), alloco (gefrituurde stukjes kookbanaan) of foutou (kleverige bol van gestampte banaan met maniok), gecombineerd met een scherpe groentensaus en een stukje kip, schaap, geit, rund of vis. Ook wildvlees (viande de brousse) zoals agouti, hert en slang wordt veel gegeten.

Op het werk ben ik de enige niet-afrikaan. Vanuit het kantoor in Man verzekert een groep van 26 stafleden de opvolging van verschillende projekten rond onderwijs, HIV/AIDS, opvang van wezen en verlaten kinderen, en gezondheid en voeding. Ik maak deel uit van een team van 4 mensen die het gezondheids- en voedingsprojekt opvolgt. Bedoeling is de verbetering van de medische verzorging en opvolging van zwangere vrouwen en vrouwen met jonge kinderen in 53 gezondheidscentra, en de screening en opvolging van ondervoede kinderen. Mijn dagelijkse activiteiten zijn erg gevarieerd: o.a. vergaderen met de lokale partnerorganisaties, het organiseren van screeningsdagen in de dorpen, bezoeken aan de gezondheidscentra, contacten met de autoriteiten, prospektie voor nieuwe projekten en het schrijven van rapporten en nieuwe projectvoorstellen. Daarbij ben ik regelmatig op het terrein (in de “brousse”). De noden op het vlak van gezondheid en voeding zijn erg groot. In heel Ivoorkust sterft gemiddeld 1 op de 9 kinderen voor zijn vijfde verjaardag (en in het noorden zelfs 1 op de 5!), vooral door malaria, ondervoeding, luchtweginfekties en diarree. De levensverwachting is 53 jaar. Dus je begrijpt dat er nog heel veel te doen is.

Verkoop van bereid voedsel op straat

Fruitstalletje

De markt van Man

Omgeving van Man

Verkoop bij de bus

Luchtfoto van Odienné, een stad in het NW van Côte d’Ivoire

Ingang van het kantoor van Save the Children in Man

In het dorpje Blotilé

Screening van kindjes op ondervoeding

Zwaar ondervoed kindje van 8 maanden oud

De pistes onderweg